HIV en AIDS

HIV is een virus. De letters HIV zijn een afkorting. Aids is een ziekte. HIV en Aids zijn niet hetzelfde. Iemand kan HIV hebben zonder ziek te zijn. Soms merkt iemand niet dat die HIV heeft. Een persoon met HIV kan jaren zonder klachten leven. HIV kan later Aids veroorzaken. HIV is dus de oorzaak van Aids. Aids maakt het afweersysteem zwak. Het lichaam kan dan minder goed ziekten bestrijden. Mensen met Aids worden sneller ziek. Zij kunnen vaak ernstige verkoudheden krijgen. Zij kunnen ook een longontsteking krijgen. Er zijn nog andere ernstige ziekten die kunnen ontstaan. Er zijn goede medicijnen tegen HIV. Deze medicijnen kunnen helpen om Aids te voorkomen. HIV kan nog niet worden genezen. Aids kan erg gevaarlijk zijn. Soms kan iemand aan Aids overlijden. HIV zit in sommige lichaamsvloeistoffen. HIV kan in sperma zitten. HIV kan in vaginaal vocht zitten. HIV kan ook in bloed zitten. HIV wordt overgedragen door contact met deze vloeistoffen. Dit gebeurt meestal tijdens seks. In het dagelijks leven is er bijna geen risico. Je kunt veilig uit hetzelfde glas drinken. Je kunt veilig hetzelfde toilet gebruiken. Je kunt meestal ook veilig zoenen. Wees wel voorzichtig bij open wonden. Open wonden kunnen een risico geven. Gebruik tijdens seks altijd een condoom. Een condoom helpt om HIV te voorkomen. Je kunt ook een beflapje gebruiken. Een beflapje is een dun doekje. Het doekje komt tussen de mond en de vagina. Zo is er minder risico op besmetting. Er bestaan ook condooms voor vrouwen. Veilige seks helpt om HIV te voorkomen..