HIV / AIDS

Welkom! Vandaag praten we over HIV en aids. HIV is een virus. Het virus maakt het afweersysteem zwakker. Daardoor kan het lichaam minder goed tegen ziektes vechten. Als HIV niet wordt behandeld, kan aids ontstaan. Aids is een ernstige fase van een HIV-infectie. Er zijn veel verhalen over HIV. Sommige verhalen zijn niet waar. Fabel: Je krijgt HIV door knuffelen of handen geven. Feit: HIV wordt niet overgedragen door aanraken. Je krijgt HIV ook niet door hoesten. Je krijgt HIV ook niet door samen te eten of te drinken. Fabel: Je kunt zien of iemand HIV heeft. Feit: Meestal kun je dat niet zien. Iemand met HIV kan zich gezond voelen. Fabel: HIV is niet te behandelen. Feit: HIV kan goed worden behandeld met medicijnen. Veel mensen met HIV leven lang en gezond. Fabel: Alleen homoseksuele mensen kunnen HIV krijgen. Feit: Iedereen kan HIV krijgen. HIV kan iedereen treffen. Hoe krijg je HIV? HIV kan worden overgedragen door seks zonder condoom. HIV kan ook worden overgedragen via besmet bloed. Bijvoorbeeld door het delen van naalden. HIV kan ook van moeder op kind worden overgedragen tijdens de zwangerschap, de bevalling of het geven van borstvoeding. Waar maken jongeren zich zorgen over? Sommige jongeren denken dat je HIV kunt krijgen door zoenen. Dat klopt niet. Sommige jongeren zijn bang na een knuffel of aanraking. Ook dat kan geen HIV veroorzaken. Andere jongeren vinden een HIV-test spannend. Toch is testen belangrijk als je risico hebt gelopen. Zo weet je waar je aan toe bent. Gebruik een condoom om de kans op HIV en andere soa’s kleiner te maken. Twijfel je? Praat dan met een arts of laat je testen.