Zwangerschap

Meisjes hebben dagen waarop de kans op een zwangerschap groter is. Deze dagen noemen we vruchtbare dagen. Een zwangerschap begint met een bevruchting. Bij een bevruchting komt een zaadcel samen met een eicel. De bevruchte eicel gaat naar de baarmoeder. Daar nestelt de eicel zich in het baarmoederslijmvlies. Daarna begint de zwangerschap. De baby groeit in de baarmoeder. De baby krijgt voeding en zuurstof via de navelstreng. De navelstreng verbindt de baby met de moeder. Via de navelstreng krijgt de baby alles wat nodig is om te groeien. Daarom is het belangrijk dat een zwangere vrouw gezond leeft. Alcohol drinken tijdens de zwangerschap is schadelijk voor de baby. Roken tijdens de zwangerschap is ook schadelijk voor de baby. In het begin van de zwangerschap noemen we de baby een embryo. Het embryo groeit snel. Rond de vierde week begint het hart te kloppen. In de eerste maanden ontwikkelen de organen zich. Na ongeveer drie maanden noemen we de baby een foetus. De foetus blijft verder groeien. Rond de vijfde maand kan de moeder vaak bewegingen voelen. De baby beweegt dan in de baarmoeder. In de laatste maanden groeit de baby verder. De baby komt ook meer aan in gewicht. De meeste baby’s worden geboren na ongeveer negen maanden zwangerschap. Soms wordt een baby eerder geboren. Dit noemen we een vroeggeboorte. Tijdens de zwangerschap gaat de moeder regelmatig naar controles. Deze controles worden uitgevoerd door een arts of verloskundige. Tijdens de controles wordt gekeken of de moeder gezond is. Ook wordt gekeken of de baby gezond groeit. Deze onderzoeken zijn belangrijk voor de gezondheid van moeder en kind.